STEM op school en thuis: wat scholen afremt, wat ouders kunnen doen en waarom het ertoe doet
Scholen willen meer praktisch leren, maar missen tijd, materiaal en opleiding. Wat u thuis in enkele minuten per dag kunt doen en wat Europese cijfers zeggen.
In ons vorige artikel hebben we uitgelegd wat STEM is en waarom het loont om al in de kleuterjaren te beginnen. Dit keer kijken we naar de praktijk: waarom deze aanpak zich langzamer over de scholen verspreidt dan velen zouden willen, wat gezinnen eraan kunnen doen en waarom STEM op het niveau van de Europese Unie zoveel aandacht krijgt.
In dit artikel
- Waarom het voor scholen niet makkelijk is
- STEM thuis: vijf eenvoudige gewoonten
- Wilt u iets kopen? Waar u op moet letten
- Waarom het belangrijk is voor de toekomst
- Samenvattend
Waarom het voor scholen niet makkelijk is
De meeste leerkrachten onderschrijven het idee van praktisch, samenhangend leren. Tussen “ik ben het ermee eens” en “ik doe het elke week” liggen echter een aantal heel praktische obstakels.
Tijd en lesrooster
Een project waarin kinderen ontwerpen, bouwen en testen past nauwelijks in een lesuur van 45 minuten. Als het ook wiskunde en natuurwetenschappen omvat, moeten twee leerkrachten afstemmen en een gezamenlijk tijdslot vinden.
Voorbereiding van leerkrachten
Een les geven waarin niemand het juiste antwoord vooraf weet, is moeilijker dan kant-en-klare stof uitleggen. De leerkracht moet omgaan met onverwachte vragen, groepswerk organiseren en soms toegeven het antwoord ook niet te weten. Zonder gerichte training en ondersteuning kan dit redelijkerwijs niet van leerkrachten worden verwacht, en dat geldt op elk niveau, ook in de kleuterschool, waar ontdekken het meest vanzelf gaat.
Materiaal en klassengrootte
Bouwsets, sensoren en tablets kosten geld en moeten worden onderhouden en vervangen. In een volle klas komt elk kind bovendien minder vaak praktisch aan de slag dan nodig is.
Hoe succes wordt gemeten
Scholen worden vaak beoordeeld op toetsresultaten. Maar hoe een kind een probleem aanpakt, is veel moeilijker in een toets vast te leggen dan één goed antwoord.
De Europese Commissie speelt op deze problemen in met haar strategisch plan voor STEM-onderwijs (STEM Education Strategic Plan). Daarin stelt zij onder meer STEM-onderwijscentra voor om het onderwijs in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs te verbeteren. Ook wijst zij erop dat het aandeel leerlingen in de EU zonder basisvaardigheden in wiskunde is gestegen van 22,4% in 2018 naar 29,5% in 2022. Verandering van hele onderwijsstelsels kost tijd, en daarom weegt wat er thuis gebeurt zwaar.
STEM thuis: vijf eenvoudige gewoonten
Voor STEM thuis heeft u geen laboratorium of lesbevoegdheid nodig. Als ouder heeft u een voordeel dat geen enkele leerkracht heeft: u kent uw kind. U weet wat het leuk vindt, wanneer het moe is en waar het enthousiast van wordt. Hier zijn vijf gewoonten die makkelijk in een gewone week passen:
- Een vraag in plaats van een kant-en-klaar antwoord. Als uw kind vraagt waarom een boot drijft, draai het dan om: “Hoe kunnen we dat uitzoeken?” Test het daarna samen in bad met verschillende voorwerpen.
- De keuken als laboratorium. Bloem afwegen, een recept halveren of deeg zien rijzen is wiskunde en scheikunde die u achteraf kunt opeten.
- Bouwen met een opdracht. Zeg in plaats van “bouw iets” bijvoorbeeld “bouw een papieren brug die een mok kan dragen”. Een duidelijk doel maakt van spel een echte ingenieursopdracht.
- Eerst programmeren zonder scherm. Begin met een spel waarin uw kind instructies geeft aan een “robot”, namelijk u. Zodra het beseft dat commando’s nauwkeurig en in de juiste volgorde moeten staan, is het klaar voor programmeren met blokken.
- Een logboek van experimenten. Een paar woorden of een snelle schets na elke poging: wat we probeerden, wat er gebeurde en wat we de volgende keer anders doen. Uw kind leert dat een fout data is en geen nederlaag.
Hoeveel tijd kost het?
Minder dan u misschien verwacht. Regelmaat telt zwaarder dan duur: twintig geconcentreerde minuten een paar keer per week leveren meer op dan één lange middag per maand. En heeft uw kind geen zin, dring dan niet aan. Nieuwsgierigheid laat zich niet bevelen.
De beste STEM-activiteit is die waarbij het kind vergeet dat het aan het leren is en de ouder vergeet de telefoon te checken.
Wilt u iets kopen? Waar u op moet letten
Voorwerpen uit huis zijn ruim voldoende om mee te beginnen. Overweegt u toch een bouwset of een robotbouwset, dan zijn een paar vragen de moeite waard:
- Past het bij de leeftijd en vaardigheden van uw kind? Speelgoed dat te eenvoudig is, verveelt snel; speelgoed dat te ingewikkeld is, schrikt kinderen af. Sets met meerdere moeilijkheidsniveaus hebben een streepje voor.
- Kan uw kind er zelf mee creëren, en het niet maar één keer in elkaar zetten? De beste prijs-kwaliteitverhouding bieden sets waarmee meerdere modellen te maken zijn en die ruimte laten voor eigen ideeën.
- Is het resultaat van de code te zien? Als een kind een commando verandert en het model meteen anders beweegt, worden oorzaak en gevolg duidelijker dan in een spel dat zich alleen op het scherm afspeelt.
- Groeit het mee met uw kind? Idealiter begint u met commando’s met plaatjes en stapt u later over op volledig programmeren met blokken, zonder alles opnieuw te kopen.
- Is het veilig? Speelgoed dat in de EU wordt verkocht, moet de CE-markering dragen. Controleer ook de leeftijdswaarschuwingen op de doos, vooral als er kleine onderdelen in zitten.
Ten slotte vervangt zelfs de beste bouwset de samen doorgebrachte tijd niet. Het is het begin van een gesprek, geen vervanging ervan.
Waarom het belangrijk is voor de toekomst
Niemand kan precies zeggen welke banen er over twintig jaar bestaan. Zeker is dat technologie deel zal uitmaken van bijna elk soort werk en dat Europa nu al op zoek is naar mensen met technische en digitale vaardigheden. Officiële cijfers bevestigen dat:
| Indicator | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| In de EU werkzame ICT-specialisten (2023) | 9,8 miljoen, oftewel 4,8% van alle werkenden | Eurostat |
| Aandeel vrouwen onder ICT-specialisten (2023) | 19,4% | Eurostat |
| EU-doelstelling voor 2030 (Digitaal Decennium) | 20 miljoen ICT-specialisten | Europese Commissie |
| Prognose bij het huidige tempo (2030) | ongeveer 12 miljoen | Europese Commissie |
| Voorgesteld doel: aandeel universiteitsstudenten in STEM (2030) | minstens 32% | Europese Commissie |
De tabel wijst op een eenvoudige conclusie: Europa heeft meer mensen nodig die technologie begrijpen dan het heeft, en volgens de huidige schattingen is die kloof in 2030 niet gedicht. Ook het lage aandeel vrouwen valt op; daarom wil het initiatief Girls go STEM van de Commissie tegen 2028 een miljoen jonge vrouwen opleiden.
Dit betekent niet dat ieder kind programmeur moet worden. De vaardigheden die STEM opbouwt, zoals een probleem in kleinere delen opsplitsen, een oplossing uitproberen, beoordelen en verbeteren, zijn even nuttig in de geneeskunde, het ambacht, de kunsten of het runnen van een bedrijf. Even belangrijk is dat kinderen technologie niet alleen gebruiken, maar ook goed genoeg begrijpen om er kritisch over te oordelen.
Samenvattend
Scholen schuiven stap voor stap op naar praktisch STEM-onderwijs, maar gezinnen kunnen meteen beginnen. Het enige wat nodig is, zijn nieuwsgierigheid, een paar goede vragen en de bereidheid om kinderen dingen te laten proberen en ze ook fouten te laten maken.
Wilt u de experimenten thuis een stevigere structuur geven, dan kan een bouwset die uw kind eerst bouwt en daarna programmeert in een app op basis van Scratch helpen. Het model dat bij de eerste poging niet beweegt zoals uw kind bedoelde, is precies het moment waarop het echte leren begint.

